Volgende activiteit

DIALECTMIS

 

SINT-PIETERSKERK, De Panne

Zaterdag 17 juni 2017  -  17.00 uur

Een samenwerking van het Dialectgenootschap Bachtn de Kuupe met Ikaros vzw, de parochiewerking St.-Audomarus en St.-Pieter.

 

 

CURSUS DIALECTOLOGIE

Plaatsnamen

door Prof. Magda DEVOS, UGent

HOTELSCHOOL TER DUINEN, KOKSIJDE

Houtsaegerlaan 40

 

Maandag 16 en 23 oktober 2017

Telkens van 18.30 tot 20.30 uur

 

€ 30 voor leden van het Willemsfonds en/of het Dialectgenootschap BdK.

€ 35 voor niet-leden.

De kostprijs omvat de twee sessies, een syllabus en een koffie, thee, water of een biertje.

Deelname kan door overschrijving van de kostprijs op rekeningnr BE55 0015 7919 3544 van het Willemsfonds Kunst-Wijs.

De plaatsen zijn beperkt. De snelste betaler maakt de grootste kans er bij te zijn! Inschrijven vóór 20 september 2017.

Voor meer informatie kan je terecht bij Suzy Feys, 058 31 20 85 of op suzwil@skynet.be en bij Walter Winnock, 0499 69 60 56 of op walter.winnock@telenet.be

Een initiatief van de Academie Dialect Bachtn de Kuupe i.s.m. Willemsfonds West-Vl.

 

Waar komen onze gemeentenamen vandaan?

Al sinds onheuglijke tijden geven mensen namen aan de plaatsen uit hun dichte of verdere omgeving.  Plaatsnamen of toponiemen zijn vaste verwijzers naar plekken in het landschap, ze maken het de mens mogelijk zich te oriënteren in de ruimere wereld.  Voor het modern taalgevoel zijn plaatsnamen net zoals alle eigennamen betekenisloze etiketten:  bij het gebruik van bv. de namen Ieper, Kortrijk of Anzegem vragen we ons geen ogenblik af of daar betekenisdragende woorden achter schuilen;  we denken alleen aan die ene stad of die ene gemeente, die nu eenmaal zo heet.

Toch gaan al onze plaatsnamen terug op elementen uit de gewone woordenschat die gangbaar was op het moment van hun ontstaan.  Namen waren dus ooit zinvolle, beschrijvende uitdrukkingen.  Naamsverklaring houdt in dat we de woorden en woorddelen waaruit de naam is opgebouwd identificeren en op die manier doordringen tot de oorspronkelijke (of “etymologische”) betekenis van de naam. Die bevat informatie over de plaats zelf op het moment van de naamgeving.  Vandaar dat toponiemen niet alleen taalkundigen interesseren, maar ook historici.  Voor de bewoningsgeschiedenis in de oudste tijden vormt de toponymie tezamen met de archeologie veelal de enige kennisbron.

Toponiemen verklaren is geen gemakkelijk opdracht want ze zijn veelal erg oud, ze bevatten woordmateriaal uit historische taalstadia, die vaak erg ver van het modern Nederlands verwijderd liggen.  De moderne naamsvorm is dan ook dikwijls misleidend: de naam Zomergem heeft niets te maken met het zomerseizoen, in Bellingen en Schellebelle  rinkelden niet méér bellen dan elders; Aartrijke houdt noch met aarde, noch met rijkdom verband, evenmin als Bekegem met Bovekerke met een hoge ligging of Kaaskerke met kaas.  En Denderwindeke verwijst noch naar de wind, noch naar een “eek” of eik.  Om tot een enigszins betrouwbare verklaring te komen, moet je dus uitgaan van de oudste vormen van de naam, zoals die in historische documenten zijn opgetekend.

De cursus is een historische verkenning van de verschillende plaatsnaamtypes in onze streken, vanaf de voorhistorie tot in de late middeleeuwen. Het verhaal wordt rijk geïllustreerd met voorbeelden uit Vlaams-België in het algemeen en de streek waar de cursus plaatsvindt in het bijzonder.

De lesgever van dienst is niemand minder dan  prof. dr. Magda Devos.  Zij is ere-professor van de Universiteit Gent.

Magda Devos was hoofddocent in de Nederlandse taalkunde en gaf les aan de studenten in de opleiding Nederlands. Ze doceerde verschillende vakken, o.m. Nederlandse grammatica, historische grammatica, dialectologie en naamkunde. Prof. dr. Magda Devos was tevens promotor en redacteur van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, UGent.